Vóór de bouw van de pastorie woont de pastoor van Waubach in een pand aan de oude markt, met het tegenwoordige adres Charles Frehenstraat 2. Deze pastorie vergt echter veel onderhoud en is volgens de kerk ‘ongerieflijk’ geworden. Het gebouw ligt tussen herbergen en boerderijen en is ‘zoo dicht in de straat gebouwd, dat gesprekken in het huis gemakkelijk kunnen worden afgeluisterd’. Bovendien is er ‘geen tuin noch een geschikte achterplaats’ aanwezig. Daarom wordt met financiële steun van de gemeente een nieuwe pastorie gebouwd. Terwijl deze nog in aanbouw is, herinnert pastoor Scheepers zijn parochianen voortdurend aan de deugden van een sober leven. Waubach moet maar een voorbeeld nemen aan de Heilige Familie van Nazareth. Daarmee doelt hij op Maria, Jozef en Jezus Christus. Zij leidden een eenvoudig en nederig leven, zonder de luxe en weelde die alleen maar zou afleiden van het ware geloof. Het nieuwe onderkomen van meneer pastoor oogt echter allesbehalve sober en nederig. Bovendien is het wel heel erg groot voor hem alleen. Het is daarom dat Waubach de nieuwe pastorie al gauw de spotnaam ‘Het huisje van Nazareth’ geeft.